Marjoleine de Vos laat zich vandaag in haar column in NRC Handelsblad inspireren door een dichtregel van Lucebert:
er is alles in de wereld het is alles
de dolle hondenglimlach van de honger
de heksenangsten van de pijn en
de grote gier en zucht de grote
oude zware nachtegalen
Vervolgens schrijft ze:
De ‘grote gier’ kennen we wel, de gierigheid, de inhaligheid.
Inderdaad, die metafoor kennen we wel, maar de uitdrukking de grote gier voor hebzucht is niet courant. Hoewel, het woord gier kán gierigaard betekenen, ook volgens Van Dale. Verderop in haar column gebruikt De Vos de grote gier nogmaals:
De overheid lijkt zich wel vast voorgenomen te hebben om nooit acht te slaan op het belang van burgers. Alleen maar op wat het kost en wat het oplevert – dat is de grote gier.
Het beeld (van de roofzuchtige aaseter) en de betekenis (de hebzucht) vallen samen, waardoor de grote gier niet alleen een toepasselijke metafoor is, maar ook een bruikbare en navolgenswaardige uitdrukking.
Definitie
de grote gier (uitdrukking) hebzucht, inhaligheid, gierigheid, voorgesteld als een afschrikwekkend monster
Geef een reactie